Op de geestelijke weg
In het dagblad Trouw van 19 november 2002 verscheen een artikel van de hand van Cokky van Limpt over de begeleiding die het Titus Brandsma Instituut
(TBI) biedt aan mensen die op zoek zijn naar hun 'geestelijke weg '. Bep Meereboer uit Nijmegen (lid van de Eerste
Orde van de Karmel) en Bernhard Kempa uit Kleef verzorgen die opleiding sinds
1998.
Vrouwen en mannen van verschillende leeftijden en geloofsrichtingen en uit
diverse beroepsgroepen tekenen gretig in. Onder hen zijn priesters, dominees en religieuzen, mensen met sociale
en pedagogische beroepen, maar ook mensen op zoek naar verdieping van hun geloofsleven. Het aantal deelnemers aan de cursussen groeit met tientallen per
jaar. Zij zijn ook afkomstig uit de regio Amstelveen. De tekst uit Trouw wordt hier volledig overgenomen. De verhalen zijn
ook anno 2003 nog heel herkenbaar.
Deelnemers aan de programma's willen best wat vertellen over hun achtergrond en ervaringen, maar zij beschouwen hun
geestelijke Werdegang (ontwikkeling, wordingsproces) als zo intiem, dat zij in de krant anoniem
willen blijven. Vandaar enkele - gefingeerde - voornamen.
Geestelijk vervellen dankzij mystiek - de impact van een begeleidingscursus
De opleiding
Bep Meereboer en haar collega's verklaren het succes van hun initiatief uit een verschuiving in de
godsdienstbeleving. Terwijl de kerken zich nog steeds vooral bekommeren om de inhoudelijke kanten van leer en moraal, krijgen mensen in deze tijd meer behoefte aan aandacht voor de 'binnenkant' van hun
geloof. Sommigen ervaren een gemis, een leegte, zonder precies te kunnen aangeven wát zij dan missen. Ook zijn er mensen die in hun leven iets overkomt wat hen zo diep raakt, dat zij daarin de 'werking' van God
bespeuren. De kerk biedt dan niet altijd de veilige omheining waarbinnen je over zoiets 'innigs' en 'kwetsbaars' kunt praten.
Bovendien, hoe vind je woorden voor zo'n ingrijpende ervaring?
Veranderende grondhouding
Joop, predikant in een Samen-op- Weggemeente, heeft eerst 'In gesprek over de geestelijke weg'
gevolgd en neemt nu deel aan de training voor begeleiders. Al tijdens zijn studie theologie aan de Vrije Universiteit ervoer hij een zekere 'bloedarmoede'. 'Over spiritualiteit heb ik in mijn studietijd nooit
bewust iets gehoord. Het ging er vooral om wat Kuitert en de andere dogmatici zeiden'. Ook in zijn
gemeente stuitte hij erop dat er weinig plaats was voor geloofservaring. 'Tegelijkertijd had ik ook geen
duidelijke gronding voor wat ik dan met die ervaring wilde. In 1996 kwam er een keerpunt in mijn leven. Tijdens een dienst ben ik letterlijk omgevallen.
'Uitputting was de diagnose. Ik kwam erachter dat ik wel van alles wilde in mijn gemeente en van alles deed en van mezelf moest, maar dat mijn dieet, mijn geestelijke
voeding niet klopte. Ik had maakbaarheid en geloof met elkaar verward'.
'In gesprek over de geestelijke weg' leek hem het juiste menu te serveren. Voor mij als' gehoorgestoorde' kwamen hier de woorden vóór de ervaring. Ik heb ook een
doorbraakervaring gehad, waarin ik mij werkelijk aangeraakt voelde door God. Ik ben jarenlang verdwaald
geweest, maar door de scholing vind ik hier de bronnen teug'. Het
pijnlijke, maar noodzakelijke proces van 'geestelijke vervelling' heeft van Joop een ander mens gemaakt. 'Mijn ego doet er steeds minder toe. Zoals Elisabeth Eybers het zo
treffend zegt: 'Ek mis my self steeds minder" . Ook in het pastoraat is zijn grondhouding veranderd. 'Mijn pastorale gesprekken veranderen van toon, gaan meer in de richting van
geestelijke begeleiding en minder in die van de pastorale handreikingen. Ik loop meer met mensen op, vertrouw op wat de ander al heeft. Vrij
worden voor de ander en voor God, dat is wat er met mij gebeurt'.
Stevigheid en ondergrond...
Ook Mia miste iets. In haar geval had dat vooral te maken met de bijzondere context van haar werk en minder met haar persoonlijke
geloofsbeleving. 'Ik ben coördinatrice in een kloosterverzorgingshuis voor religieuze ouderen. Voor de zusters is de geestelijke weg heel belangrijk, maar juist dat diepere gevoel waarover zij met elkaar
spreken, daar sta ik als niet-religieuze wat vreemd tegenover. Daarom heb ik me opgegeven voor' De mystieke weg in pastoraat en begeleiding'. Deze cursus is precies wat ik nodig had. Ik kan nu begrijpen waarover zij praten. Het theoretische gedeelte
heeft mij stevigheid gegeven en een goede ondergrond' .
... of het spoor bijster
Dat laatste kunnen niet alle deelnemers beamen. Sylvia bij voorbeeld,
verhalenverteller van beroep, ervaart juist het tegenovergestelde. 'Je kunt beter zeggen dat je hier je ondergrond verliest. Ik verwachtte meer beelden voor God te vinden, maar meer is minder
geworden'. Ook psychotherapeute Eva is momenteel het spoor een beetje bijster. Ik weet helemaal niets meer. Toch ben ik bereid het vermoeden te aanvaarden dat dit de juiste weg is. Dus ik ga, als een soort pelgrim. Zonder opstandigheid, maar wel met het vermoeden dat ik nooit ergens zal aankomen' .
Overgave
Thea komt uit een protestants gezin, waar ze degelijk gereformeerd werd opgevoed. Maar toen haar eigen
opgroeiende kinderen haar vragen gingen stellen over het geloof, kwam ze tot de schokkende
conclusie dat ze in feite met haar mond vol tanden stond. Ze besloot theologie te studeren, begin jaren tachtig aan de Hogeschool Holland in
Diemen. 'Daar kwam ik voor het eerst in aanraking met mystieke teksten en werd mijn geloofsverlangen
gewekt'. Omdat ze de vervolgopleiding te protestants vond - 'In Diemen vinden
ze kaarsen al te rooms'
-
verkaste ze haar Tilburg, waar ze de opleiding pastoraal werk deed. 'Ik ging werken met
verstandelijk gehandicapten, maar dat verlangen bleef knagen. Toen werd ik ziek, ik kreeg kanker. Ik was zo moe dat ik niet meer kon werken. Ik was alles kwijt, mijn werk en mijn
gevoel van geloof. Intussen had ik aan zen-meditatie gedaan en een cursus
psychosynthese gevolgd, maar niets had mijn verlangen weten te stillen. Toen ik de TBI-folder in handen kreeg over de geestelijke weg, besloot, ik nog één keer een poging te wagen. Als dit ook niet zou brengen wat ik zocht, dan moest ik het voor de rest van mijn leven maar vergeten! ' .
Met enige schroom probeert Thea te verwoorden wat er toen met haar gebeurde. 'Ik ervoer een totale
overgave, een opgeven van verzet en durven toegeven dat ik verlangde naar God. Ik werd mij bewust dat mijn verlangen echt iets is en dat ik er een naam aan kon geven.
Na jaren kom ik weer in de kerk, niet de gereformeerde maar de rooms-katholieke. De fraaie
kerkruimte, de liturgie en de eerbied voor de eucharistie spreken mij aan. Ook wil ik tijd hebben om te bidden en mystieke teksten te lezen. Ik vind het moeilijk om ervoor uit te komen, maar mijn man begrijpt me en steunt me. Ook vind ik het nog steeds niet gemakkelijk om het ter sprake te brengen. Het is voor mij iets heel teers. Als ik in het begin van de vorige eeuw had geleefd, zou ik zeker een contemplatief klooster zijn ingegaan'.
Bep Meereboer O.Carm. is te bereiken per
-E-mail: bepmeereboer@hetnet.nl
-Telefoon: 024-3445391
Terug naar
bewogenheid delen
Top