print-versie momenteel niet beschikbaar

ICONEN...? Ze doen iets met je

 

In het Karmelklooster van Amstelveen is het schilderen van iconen een van de Raakpunt aktiviteiten. Deze bijeenkomsten staan altijd onder leiding van de Karmeliet Cees Bartels. Onlangs hield hij een lezing die wij hier - ondanks de lengte van de tekst - geheel publiceren. 

Terug naar Raakpunt

Lezing

"In een paar grote lijnen wil ik aangeven hoe wij te werk gaan bij het schilderen van iconen om daarna iets te vertellen over wat er langzaam in mij en ook in anderen groeide 'Rond Iconen'.

Allereerst dit: de traditie speelt een bijzonder sterke rol: iconen zijn voorgegeven, de icoonschilder is gebonden aan de voorstellingen, ofschoon toch elke icoon het eigene van de schilder weerspiegelt. Dit is en blijft altijd weer iets merkwaardigs en ook aandoenlijks. Want hoewel allen dezelfde tekening krijgen aangereikt, zie je al na de tweede bijeenkomst dat er verschillen ontstaan en hoe ieder die schildert iets eigens in de icoon aan het leggen is; het gebeurt, zonder meer. 
De tekening wordt op een plank opgebracht, nadat deze plank geprepareerd is: dit is een intensief en inspannend werk. Er wordt eerst linnen op de plank gelijmd met een mengsel van beenderlijm en water op een bepaalde temperatuur gebracht. Daarna wordt in het mengsel van beenderlijm en water echt krijt gemengd, waarmee de plank vele malen wordt bestreken, iedere keer nadat de plank is gedroogd. Dan wordt de plank geschuurd en gepolijst en is klaar om beschilderd te worden. De tekening wordt vervolgens in grove lijnen opgebracht door tekenen of inkrassen in lijnen of in punten en dan begint men te schilderen. De verf zijn natuurpigmenten en ze worden vermengd met iets eigeel, water, wijnazijn en knoflooksap. Hiermee wordt in vele, dunne laagjes geschilderd en altijd van donker naar licht, van chaos naar orde, het is een Genesis, een wording, van een andere wereld die in onze wereld binnenkomt. De achtergrond is daarom dikwijls bladgoud of goudokerkleurige verf, om die andere werkelijkheid te verbeelden, iets van hemel op aarde, om het zo te zeggen. Kleuren zijn daarin symbolisch. En bij bepaalde figuren worden ook specifieke kleuren gebruikt: zo zul je de Moeder Gods heel vaak tegenkomen in een blauw onderkleed en een donkerroodbruin bovenkleed; de Christus in een roodbruin of purperen onderkleed en een blauw bovenkleed. Ik wil daar niet verder over uitweiden. Een icoon draagt vaak niet de naam van de icoonschilder, zeker niet op de schildering zelf. Op de achterzijde staat dikwijls de plaats vermeld en het jaar en het 'dia cheiros' oftewel 'door de hand van' en daarachter de naam. 

Teveel goud kan ook duiden op vormen van decadentie, zoals ook het schilderen van een icoon die weer met zilver- en goudwerk beslagen wordt. Zo zelfs, dat men alleen nog het gezicht en de handen schildert! omdat de rest allemaal zilver en goud beslag is.

De wijding van iconen vormt een heel belangrijk onderdeel in het hele proces. Het maakt de icoon voor mensen heel, heilig.... Ze dragen de icoon mee...... naar huis of naar een kennis of naar een nabij familielid. De icoon krijgt en plaats ergens, zeker in het hart van mensen; niet als een pronkstuk, niet als een object, maar als iets dat iets oproept, te weeg brengt, raakt.

In ons leven worden we vaak en op veel manieren geraakt, geïnspireerd door allerlei dingen. Het is bijzonder inspirerend om mensen wegen te zien zoeken en bewandelen, waarop ze ertoe komen tot uitdrukking te brengen wat hen raakt. Het is inspirerend te zien, dat mensen aan elkaar zoveel te geven hebben aan innerlijke rijkdom, vriendschap, liefde, inspiratie. Sommigen kunnen die beroering, dat geraakt zijn tot uitdrukking brengen in vormen van kunst: schrijvers, dichters, musici, beeldhouwers, filmers, toneelschrijvers, kunstschilders, icoonschilders. Allen mensen die op hun eigen wijze tot uitdrukking willen brengen wat hen in wezen raakt, inspireert op hun weg door het leven, op zoek naar de diepste kern, "een ik-weet-niet-wat", zoals de Spaanse mysticus Jan van het Kruis, een Karmeliet uit de 16de eeuw, dat zegt in zijn grote gedicht 'Geestelijk Hooglied'; "een ik-weet-niet-wat" wat ze stamelen in hun woorden, gedichten, muziek, beelden, op hun doeken. Ieder met eigen kundigheden, vaardigheden. Daarbij zijn ze tegelijk een uitnodiging voor anderen en roepen ze beelden op van wat beeldloos is, wat niet in beelden te ver-beeld-en is.

Diezelfde Spaanse mysticus schrijft in het derde boek zijn "Vlam van Liefde Levend": '...niet iedereen weet precies voor een ander wat de uiteindelijke uitkomsten zijn...op de geestelijke weg ...en...hoe de persoon moet worden geleid... Niet iedereen die het hout kan schaven, is bekwaam er een beeld uit te snijden, evenmin als ieder die er een beeld uit weet te snijden, bekwaam is het netjes af te werken en te polijsten, en niet iedereen die weet te polijsten, is bekwaam om het te beschilderen, evenmin als ieder die het weet te beschilderen, bekwaam zal zijn er de laatste hand aan te leggen ter vervolmaking. Want ieder van deze personen kan niet meer aan het beeld doen dan waartoe hij (of zij) bekwaam is...". Oftewel: in het proces van verdieping, van omvorming van de menselijke persoon is het zaak openheid, inwerking, inspiratie te kunnen ontvangen, op vele manieren. Geraakt worden door en tot leven laten komen wat ons beweegt, geïnspireerd verbeelden wat niet in beelden te vatten en zeker niet te vangen is. 

Mij is gevraagd iets te vertellen over 'kijken naar, zijn bij iconen, iconen en liturgie'. Voor icoonschilders geldt dat de palm van de hand -de plaats van koesteren, van liefdevol raken- als het ware verlengd wordt in een penseel; mensen die genodigd worden te keren in zichzelf en op het spoor te komen van wat hen beweegt, raakt aan nacht, duisternis, gevoelig raken van liefde, licht, vuur en om op weg te gaan door de donkere nacht, langs wegen ongebaand, naar de plaats, geheimvol wenkend achter de horizon, de plaats waar Liefde wordt "geweten". Mensen, zoals wij zijn, in diepste wezen op weg, altijd ...met iets in ons hoofd, in ons hart dat richting geeft, iets van 'celebration of life in a mystic space', zoals een Filippijnse Karmeliet een keer schreef als tekst bij een pentekening, 'het vieren van het leven in een mystieke ruimte...', wat ook liturgie is.

Wanneer ik spreek over 'mensen die' of 'mensen voor wie de palm van de hand' enz... dan doel ik op de grote icoonschilders als Theofaan de Griek of Andrej Roeblev, Russische icoon- schilders uit de 14de-15de eeuw, maar ook op al die vrouwen en mannen die in onze dagen in de Oosterse kloostergemeenschappen, in de woningen en werkplekken van diepgelovige orthodoxe mensen iconen schilderen, en ik doel ook op veel mensen hier in Nederland die proberen een icoon te schilderen, eenvoudig, maar geraakt, bewogen door wat ze vaak niet kunnen benoemen. Woorden als rust, stilte, even weg van alle beslommeringen, stil overwegend teksten uit de schrift die gelezen worden of luisterend naar muziek uit de oosterse liturgie, of stilstaand bij mensen die je lief zijn, die ziek zijn, stilstaan ook bij wat je schildert: de persoon van de Moeder Gods met haar kind of zonder hem, Johannes de Doper en het idee van woestijn, de marge van de samenleving, de profeet Elia en het ontmaskeren van de valse goden, een engel als boodschapper van nieuws, de Christus... 

Iconen zijn dragers van een boodschap, van goed nieuws, van evangelie.. Ze hebben iets van engelen: we staan er misschien niet bij stil of hebben er geen weet van, maar het woord engel, angel (in het Engels), ángel (in het Spaans), angelos (in het oude Grieks) betekent boodschapper, brenger van nieuws, van eu-angèlion, van Evangelie. Welnu, ik denk dat we zelf verhalen genoeg kennen of in ieder geval herkenning vinden als ik u herinner aan de boodschap van de engel Gabriël aan Maria, de boodschap van de engel aan Jozef in Bethlehem dat hij het kind en zijn moeder moest meenemen naar Egypte, op de vlucht voor Herodes, de boodschap van de engelen aan de herders in de velden van Bethlehem en ga zo maar door. En zo kun je ook verhalen aanhalen uit het eerste of oude testament: de engel in het reisverhaal van Tobit en het verhaal in het boek Genesis, hoofdstuk 18, over de drie engelen op bezoek bij Abraham en Sara. Dit verhaal vormt ook de grond voor de icoon van het drie engelen, de icoon van de gastvrijheid van Abraham, oftewel de icoon van de XENOPHILIA, gastvriendschap of gastvrijheid, een wezenskenmerk in het oude testament, de icoon van de Drie-Ene. 

De voorstelling van de Drie-Ene is een ver-beelding van wat niet ver-beeld kan worden, een ver-beelding van de onzienlijke. In dit geval betreft het een voorstelling die geschilderd is door de beroemdste Russische icoonschilder Andrej Roeblev, een monnik. Er is een film die de titel draagt 'Roeblev', een film van meer dan drie uur, zwart-wit, behalve de laatste minuten, waarin hij de icoon van de Drie-Ene, van de drie Engelen schildert. Een man die lange tijd niet meer in staat was te schilderen, in een periode van de Russische geschiedenis waarin het land onder de voet gelopen werd door de Tartaren, hetgeen hem zeer aangreep. Een man die in de werkelijkheid bleef staan. Op 't moment dat het hem weer gegeven is te schilderen, schildert hij de waarschijnlijk meest indrukwekkende en aangrijpende icoon ooit geschilderd. Een icoon vol symboliek, dynamiek, communicatie, vol mysterie, doorschijnend, aangrijpend voor wie er in stilte bij verwijlen kan.

'Geen beelden zult gij maken'. Beelden van wat niet te verbeeld-en is, van wat beeldloos is. De Ene spreekt ook tot Mozes in deze termen en verbiedt het maken van beelden van God. En dat geldt in wezen nog steeds. De Ene vraagt van ons een telkens hernieuwd geloof en een steeds diepergaande onthechting, niet vastzitten, ontlediging van ons verstandelijk inzicht. Dionysius de Areopagiet leert ons ook dat we steeds moeten bedenken dat God ieder menselijk begrip te boven gaat. We moeten de duisternis durven ingaan, de duisternis van het waarlijk niet-weten. In dat niet-weten kan men één worden in overgave en genieting met Degene die het al overstijgt. Het gaat om omvorming van geest en hart: een houding van ontvankelijkheid, gebed, een zuchten van het hart waarin de Ongeziene zich aan óns mag openbaren, willen we hem waarlijk kennen. Het gaat om een houding van opengaan, open zijn, overgave, schouwen, contemplatie, in liefde opgaan naar het goddelijke, naar God, naar één-wording en als dat in liturgie van de gelovige gemeenschap mag geschieden, waarin woorden in gezangen, gebeden en symbolen, in breken en delen mag gebeuren, dan is dat gemeenschap van de barmhartige, vieren van leven in een mystieke ruimte, die we stamelen, murmelen, tastend ervaren, beleven, in het zuchten van het hart, ook samen. Het 'achter de horizon' wenkt, presenteert zich, een andere wereld opent zich in een 'zien soms even', in het opzien naar bijvoorbeeld iconen.

Samenkomen rond een icoon, zijn in de nabijheid van een icoon is een samenzijn of een aanwezig zijn in diepgaand contact door gebed, meditatie, ondergaan in stilte, je hechten in het mysterievolle samenzijn van mensen met het goddelijke en dat gebeurt zeker en vooral ook in het schilderen van iconen. Het is alles met gevoel voor... ja voor wat, voor wie? Men gaat meer en meer het gelaat zien, schouwen in de icoon. Een gelaat dat je aanziet, dat je raakt, een gelaat van tederheid, genegenheid, gevoel, van confrontatie ook met jezelf, met de wereld om je heen, een gelaat ook van innerlijke kracht in toch altijd bijbelse figuren. Die komen wat meer naar je toe in verhalen van andere mensen en het is ook mijn ervaring. In die bijbelse figuren die spreken van het mysterievolle, van mystieke eenwording van die mens en zijn of haar God, voel je ook mensen van alle tijden, van nu. Het overkomt je in het schilderen van een icoon. Het is alles door mensenhanden tot stand gebracht, maar mensenhanden die geleid worden door de hand van de engel, zoals de orthodoxe traditie zegt, door de hand -dus- van de boodschapper, de brenger van goed nieuws.

Iconen willen ons trekken binnen de mysterievolle intimiteit van die zegt: Jij, mens, jij man en vrouw, jij mag er zijn... Ik zal er zijn voor jou, zoals de Naam klinkt in de Schrift: Jahweh. 
Opzien naar een icoon, is dus niet een aanbidden van een beeld; het is steeds opnieuw een uitnodiging om een antwoord op de vraag: Ben ik, zijn wij op de goede weg! Een uitnodiging tot stilte, geborgenheid, overweging. Iconen hebben een zekere intimiteit en ook afstandelijkheid. Ze trekken ons en tegelijk wijzen ze ons onze plaats in ons leven, in onze samenleving.

We kunnen het hebben over het bezichtigen van de kunst van iconen die tentoongesteld worden, maar...we moeten niet vergeten dat iconen zijn opgenomen in de liturgische dienst van de kerk. Een icoon functioneert in de eredienst en in de huisliturgie van de gelovigen in de Oosterse kerken van Rusland, de Balkanlanden, Griekenland, het Nabije Oosten...Oorspronkelijk komen ze ook uit het Midden-Oosten. Het diepste wezen van een icoon kan men alleen maar ervaren in het geloof. De icoon behoort volgens de belevingswereld van het christelijke Oosten tot de sacramentele orde: een heilig teken, een venster op de hemel. Het gaat om geschilderde gebeden, het zuchten van het hart. Het schilderen vindt ook plaats op het ritme van de hartslag. Monnikenwerk, in de letterlijke zin van het woord. Momenteel zijn ook andere mensen ermee bezig, mannen zowel als vrouwen, maar het is monnikenwerk gebleven in de figuurlijke zin van het woord: een werk van rust, stilte, lange adem, van gebed en meditatie. Een icoonschilder is geen kunstenaar met persoonlijke ambities; deze schilderende persoon kan geen persoonlijke voorkeuren te laten gelden. De Kerk stelt de voorstellingen vast. Er zijn kerkelijke vergaderingen geweest voor het vaststellen van welke voorstellingen wel en welke niet. Hoe het ook zij, alle iconen hebben altijd een Christus-gericht karakter, alle iconen verwijzen naar het mysterie van de Christus, het centrum van de evangelische boodschap. 

Heiligheid en geest van gebed enerzijds en het schilderen van een diep doorleefde icoon hangt ten nauwste samen. Als in het kerkelijke, religieuze leven formalisme begint op te treden, dan begint ook de iconenschilderkunst te vervallen. De traditie van icoonschilderen is een spirituele grootheid en geen gedachteloze weergave van of een bekrompen vasthoudendheid aan bepaalde regels. Het is dus niet verwonderlijk om bij de samenhang gebed-icoon te blijven, dat in dezelfde mate als het bidden tot een routineus weerkerende gewoonte verwerd, waarbij de lippen de voorrang kregen op het hart, het zuchten van het hart, ook de icoonschilderkunst haar vurige oorspronkelijkheid verloor.

Het is in de loop van de geschiedenis een hele strijd geweest of het legitiem was om beelden te schilderen. We kennen allemaal onze eigen vaderlandse geschiedenis met haar beeldenstorm in de 16de eeuw. De beelden werden uit de katholieke kerken geweerd, vernietigd. De reformatie was o.a. tegen de beeldenverering.... en waar het een uitwas was geworden, die in feite niet veel meer met het geloof te maken had, was er reden om zich kwaad te maken. Nu zouden we daar anders mee omgaan, althans als we met bedachtzame en redelijke mensen te maken hebben, maar in die tijd ging het hard tegen hard. Ook in het jodendom kent men het probleem van de beeldenverering. In het Oude Testament kennen we de verhalen van het joodse volk in de woestijn, dat genoeg kreeg van het lange wachten op Mozes en de '10 Geboden' en men ging een Gouden Kalf en voor dat beeld ging dansen en springen tot volkomen gekte toe. Toen Mozes met de 10 Richtingwijzers afdaalde van de berg en het zag, gooide hij de tafelen kapot en werd razend over het stompzinnige gedoe. In de tijd van Jezus bestond het ook en we lezen ook in de Schriften dat, zoals Jezus zelf zegt, niemand God ooit heeft gezien (en er dus zich geen beeld van kan vormen), maar zegt hij ook, wie mij ziet ziet de Vader... Hij is het beeld van de Vader, hem zien, hem verbeelden is beeld en gelijkenis van God zien, is dus God zien met de ogen van het geloof...In de 9de eeuw was dit inzet om de problemen op te lossen van de iconoclastenstrijd in het Christelijke Oosten. Want ja, vele duizenden iconen zijn in de 8ste en 9de eeuw vernietigd, omdat er een strijd ontstond tussen degenen die vonden van wel en degenen die vonden van niet: geen afbeeldingen schilderen. Het is verschrikkelijk geweest. Alle iconen werden vernietigd. Alleen de iconen in het Catharina-klooster in de Sinaï-woestijn bleven bewaard". 

Tot slot zegt Cees Bartels:

"Dit is verkorte weergave van de inleiding over het schilderen van iconen en de spiritualiteit rond iconen. Ik hoop dat u zich 'thuis' hebt mogen voelen binnen dit verhaal rond iconen, dat u iets hebt mogen ervaren en misschien 'doorleven' van de wereld van Die zegt: wees-er, je mag er zijn! Wat is er groter en diepgaander dan te staan voor het Gelaat, voor de icoon, de EIKON, zoals het Griekse woord is, van wie tot je zegt: je mag er zijn, en Ik zal er zijn voor jou, voor jullie!"

Top